Reglementen


Huishoudelijk reglement
Tuinreglement
Groenbeheer

HUISHOUDELIJK REGLEMENT
1. ALGEMEEN
1.1 Bij het tuinieren als vrijetijdsbesteding dient rekening te worden gehouden met de belangen van natuur en milieu.
Daarom kiest de vereniging nadrukkelijk voor het bevorderen van een ecologische wijze van tuinieren.
In dat kader is er ook plaats ingeruimd voor een specifieke vorm van ecologisch tuinieren,
t.w. de biologisch-dynamische methode.

1.2 De vereniging is lid van de te Alkmaar gevestigde vereniging Federatie van
Amateurtuindersverenigingen Alkmaar en Omsterken, hierna kortweg 'de Federatie' genoemd.

1.2 De vereniging is niet aansprakelijk voor schade ontstaan aan de eigendommen van de leden.
Schade toegebracht aan verenigingseigendommen dient terstond aan het bestuur te worden gemeld.
De vereniging heeft een W.A.-verzekering voor die gevallen waarin zij bij wet aansprakelijk is.

1.4 Naast het betalen van inschrijfgeld, contributie, pacht en eventuele borgsom zijn de
leden verplicht:
a. hun tuin zorgvuldig te onderhouden en vrij te houden van onkruid;
b. de aanwijzingen van de vereniging in acht te nemen m.b.t. opstallen, gereedschaps-
kisten en composthopen;
c. de aanwijzingen van de vereniging op te volgen ter zake van de teelt in het
algemeen en van bepaalde gewassen in het bijzonder;
d. de aanwijzingen van de vereniging op te volgen m.b.t. het gebruik van meststoffen
en gewas- beschermingsmiddelen;
e. te participeren in de onderhoudswerkzaamheden van het complex dan wel in
andere werkzaamheden ten behoeve van de vereniging

1.5 De verplichtingen van de leden worden nader uitgewerkt in het Tuinreglement

1.6 Een lid heeft het recht aan het Federatiebestuur schriftelijk om bemiddeling te vragen,
indien hij een conflict heeft met het bestuur van zijn vereniging. Eventuele adviezen van
de federatie zijn echter niet bindend en doen geen afbreuk aan het uitgangspunt dat
de Algemene Vergadering het hoogste gezagsorgaan binnen de vereniging vormt.

2 . HET BESTUUR
2.1 Het bestuur besluit bij gewone meerderheid van stemmen; indien de stemmen staken
wordt een voorstel geacht te zijn afgewezen.

2.2 Het bestuur stelt een rooster van aftreden op volgens welke jaarlijks ca. éénderde van het aantal
bestuursleden aftreedt. De aftredende zijn terstond herkiesbaar. Bij tussentijds aftreden neemt het nieuw
gekozen bestuurslid op dit rooster de plaats in van zijn voorganger.
Bij het ontstaan van één of meer tussentijdse vacatures wordt daarin voorzien op de eerstvolgende algemene
vergadering. De periodieke bestuursverkiezing heeft plaats op de algemene vergadering welke binnen
zes maanden na afloop van het verenigingsjaar wordt gehouden.

2.3 De voorzitter neemt in beginsel het initiatief tot het houden van vergaderingen van het bestuur
waarbij hij tevens de agenda opstelt. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur en van de leden,
waarbij hij de volgorde van de te behandelen onderwerpen regelt. Hij verleent het woord en heeft het recht
elke spreker tot de orde te roepen. Tevens zorgt hij voor handhaving van de Statuten, van
het Huishoudelijk Reglement en van het Tuinreglement. De voorzitter verzorgt de externe contacten
van de vereniging en voert met name, tezamen met de secretaris, de gesprekken met de plaatselijke overheid.
De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen de vereniging bij de Federatie.
Zij bezoeken de vergaderingen van de Federatie en rapporteren daarover aan het bestuur van de vereniging.

2.4 De secretaris voert de correspondentie van de vereniging. Inkomende en uitgaande correspondentie wordt
vermeld in het brievenregister en opgeborgen in het archief, dat gedurende tien jaar wordt bewaard.
De systematische inrichting van het archief wordt door het bestuur schriftelijk vastgelegd. Inkomende
brieven worden in beginsel steeds schriftelijk afgedaan. Toezeggingen met een blijvend karakter aan
leden van de vereniging moeten in het archief teruggevonden kunnen worden en dienen daarom schriftelijk
te geschieden. De secretaris draagt zorg voor het opstellen van de notulen van de vergaderingen van het
bestuur en van de leden.
De secretaris is verantwoordelijk voor het bijhouden van de ledenadministratie.
De secretaris draagt er zorg voor dat van alle belangrijke externe gesprekken, zoals met overheidsinstanties
en anderen, een verslag wordt opgesteld, dat na behandeling in een bestuursvergadering,
wordt opgeborgen in het archief van de vereniging. De secretaris stelt jaarlijks een verslag samen
betreffende de toestand van de vereniging dat na goedkeuring door het bestuur, in de algemene
vergadering aan de orde wordt gesteld. Dit jaarverslag dient ten minste gegevens te bevatten met
betrekking tot de bestuurssamenstelling, het ledental, de totale netto oppervlakte van het terrein en
de omvang van het verhuurde gedeelte, de onderhoudssituatie, de relatie met de Federatie en met
de Gemeente, bijzondere activiteiten alsmede belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen
betreffende de groenteteelt in het algemeen en het amateurtuinieren in het bijzonder.
De geschiedenis van de vereniging moet op eenvoudige wijze aan de hand van de achtereenvolgende
jaarverslagen kunnen worden gevolgd.

2.5 De financiële middelen van de vereniging mogen door het bestuur uitsluitend worden aangewend
ten behoeve van de doelstellingen van de vereniging rekening houdend met de door de Algemene Vergadering
goedgekeurde begroting. Voor het verrichten van rechtshandelingen en het doen van investeringen waarvan
de financiële betekenis een bedrag van 4,500 euro te boven gaat behoeft het bestuur de goedkeuring van de Algemene Vergadering.

2.6 De penningmeester is verantwoordelijk voor de onder zijn berusting zijnde geldmiddelen van de vereniging
en tekent de kwitanties en bank- en giro-opdrachten. Hij is belast met het invorderen van de pachtgelden,
de contributies, de andere inkomsten en de borgsommen van de vereniging. Hij is belast met het bewaken
van de begroting en met het ordelijk bijhouden van het kas-, bank- en giroboek. De penningmeester doet op
de jaarvergadering rekening en verantwoording over het afgelopen boekjaar.

2.7 De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commissie, die de rekening en verantwoording,
over het in het afgelopen verenigingsjaar gevoerde bestuur, onderzoekt. Dit onderzoek betreft enerzijds de
juistheid van de boekhouding (rekening) en anderzijds de juistheid van het financiële beleid zoals dat door het bestuur
is gevoerd (verantwoording). De commissie brengt aan de Algemene Vergadering verslag uit van haar bevindingen.
Goedkeuring door de Algemene Vergadering van de financiële jaarrekening en de financiële
verslaggeving strekt het bestuur tot décharge.

2.8 Het Dagelijks Bestuur, bestaande uit voorzitter, secretaris en penningmeester, behartigt de
lopende zaken van de vereniging. In spoedeisende gevallen kan het Dagelijks Bestuur beslissingen nemen,
waarover op de eerstvolgende vergadering van het vereningsbestuur verantwoording moet worden afgelegd.

2.9 Het bestuur is bevoegd enige malen per jaar een clubblad uit te geven met de naam 'Evenwicht'.
In dit blad worden bestuursstandpunten en mededelingen gepubliceerd en wordt informatie gegeven
over het tuinieren in de ruimste zin van het woord. Het blad valt volledig onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
Eén der bestuursleden is belast met alle zaken die betrekking hebben op het clubblad en rapporteert daarover
aan het bestuur. Het blad worden verspreid onder alle leden en begunstigers.

2.10 Het bestuur heeft mede tot taak een gemeenschappelijke inkoop van plantgoed, zaden,
meststoffen en andere tuinbenodigdheden te realiseren ten behoeve van de leden.
Aangezien het niveau van de inkoopprijzen en van de kosten nauw samenhangt met de omzet,
moet het als zeer wenselijk worden beschouwd dat zoveel mogelijk leden van deze inkoopservice gebruik maken.
Daarom worden alleen die artikelen gevoerd die wezenlijk goedkoper geleverd kunnen worden
dan het gebruikelijke prijsniveau in de reguliere handel. Het voor de inkoop benodigde geld wordt in goed overleg
met de penningmeester tijdelijk onttrokken aan de kas van de vereniging. Inkoper en penningmeester tezamen
zijn belast met het voeren van het inkoopbeleid en rapporteren daarover aan het bestuur.

2.11 Het bestuur is verantwoordelijk voor het onderhoud van het gehele terrein. Ten einde leiding te geven
aan het onderhoud is op elk complex een groepshoofd aangesteld. Elk groepshoofd is in beginsel één der
tuinders van het betrokken complex. Eén der bestuursleden is belast met de coórdinatie van
de werkzaamheden van de groeps-hoofden en rapporteert daarover aan het bestuur.
Het groepshoofd beslist over de uit te voeren werkzaamheden en roept daartoe beschikbaar zijnde leden op.
Alle leden zijn verplicht te participeren in onderhoudswerkzaamheden of andere werkzaam-heden ten
behoeve van de vereniging.

2.12 Elk groepshoofd houdt toezicht op de wijze van tuinieren op zijn complex.
Een aantal malen per jaar worden de tuinen door het groepshoofd tezamen met een lid van
het bestuur gecontroleerd. Indien storende afwijkingen worden geconstateerd van de geldende regels,
wordt het lid hierop gewezen en in de gelegenheid gesteld correcties aan te brengen.
Indien het lid in gebreke blijft is het bestuur bevoegd de pacht en het lidmaatschap op te zeggen.

3 SLOTBEPALINGEN
3.1 Tot wijziging van dit Huishoudelijk Reglement kan in een Algemene Vergadering slechts worden besloten
wanneer wordt voldaan aan het ter zake in de Statuten bepaalde. Het voorstel tot wijziging dient als punt
op de agenda van de vergadering te worden opgenomen en dient letterlijk aan de Algemene Vergadering te worden voorgelegd.
Alle leden van de vereniging alsmede de begunstigers krijgen op hun verzoek de Statuten en het Huishoudelijk Reglement uitgereikt.



TUINREGLEMENT

1. Terrein
De vereniging heeft de beschikking over het volkstuinenterrein aan de Helderseweg te Alkmaar, dat wordt gehuurd van de Federatie. Het is verboden van zonsondergang tot zonsopgang op het complex aanwezig zijn behoudens vergaderingen, feesten en cursussen in de kantine.

Dit terrein heeft een oppervlakte van circa 4 ha., waarvan een gedeelte wordt ingenomen door parkeerterrein, clubgebouw, paden, sloten, grasstroken en bosschages. De netto verhuurbare oppervlakte bedraagt 31.172 m² welke is opgesplitst in vijf gedeelten, t.w.

complex 1       tuinen  101     t/m      162     ca.   6.200 m²
complex 2       tuinen  201     t/m      276     ca.   7.300 m²
complex 3       tuinen  301     t/m      358     ca.   6.100 m²
complex 4       tuinen  401     t/m      460     ca.   6.200 m²
complex 5       tuinen  501     t/m      559     ca.   5.400 m²
totaal              ca. 31.200 m²

Aan elk lid wordt tegen betaling van een borgsom één sleutel uitgereikt, waarmee het lid toegang krijgt tot zowel het terrein als tot de toiletten van het verenigingsgebouw. Elk lid is verplicht de toegangspoort van het terrein en de deur van het gebouw achter zich te sluiten. Kinderen hebben alleen onder begeleiding toegang tot het terrein.

  • Gebruiksbestemming.

De tuinen op de complexen 1, 2, 3 en 4 worden verhuurd aan tuinders die op ecologische wijze tuinieren. Dat houdt in dat de bemesting plaats vindt met organische mest en dat geen gebruik wordt gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen.
Op complex 5 mag uitsluitend worden getuinierd in overeenstemming met de uitgangspunten van het biologisch dynamisch tuinieren. Op complex 5 mag men de grond niet mechanisch bewerken. Ook is er op complex 5 een ander snoei- en maaibeleid dan op de andere complexen.

3. Kavelindeling en afwatering.
De kavelverdeling, gebaseerd op kavels van 100 m², dient onder alle omstandigheden herkenbaar te blijven. Kavelscheidingen mogen zijn uitgevoerd als tegelpad of greppel. Beide betrokken pachters moeten daarover dan wel tot overeenstemming zijn gekomen. Padverhardingen mogen uitsluitend zijn uitgevoerd in gemakkelijk verwijderbare tegels met de standaardmaten van 30 cm of 40 cm.
Een goede afwatering van het terrein is slechts mogelijk wanneer alle hoofdgreppels op diepte gehouden worden. Het is niet toegestaan deze greppels op te vullen en/of bij de tuin te voegen. Evenmin mogen hoofdgreppels worden bedekt met houtsnippers. Elke tuinder dient het aan zijn tuin grenzende gedeelte van een hoofdgreppel schoon en op diepte te houden.
Een aantal tuinen is gesplitst in kavels van ieder 100 m². Elke beginnende tuinder wordt in overweging gegeven eerst op een dergelijke kleine kavel ervaring op te doen en pas daarna te kiezen voor een tuin van 200 m² of meer.

4.  Lidmaatschap en pachtovereenkomst.
Voor het pachten van een tuin moet men lid worden van de tuinvereniging. Hiervoor moet jaarlijks contributie betaald worden. De pachtovereenkomst geldt voor de duur van het verenigingsjaar dat loopt van 1 januari tot en met 31 december. Deze overeenkomst wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd. De pacht, de contributie en eventuele overige kosten moeten bij vooruitbetaling worden voldaan.

Bij het aanvaarden van een tuin wordt een borgsom van € 50,- in rekening gebracht (dit is inclusief de borg voor 1 sleutel). Als men een medetuinder heeft, kan deze een 2e sleutel tegen betaling van een borgsom van € 8 euro krijgen. Woont deze medetuinder op een ander adres, dan moet deze eerst als lid worden ingeschreven.

Voor pachtbeëindiging zie artikel 17.

5. Sleutels
Aan elk lid wordt tegen betaling van de borgsom (zie punt 4) één sleutel uitgereikt, waarmee het lid toegang krijgt tot zowel het terrein als tot de toiletten van het verenigingsgebouw. Elk lid is verplicht de toegangspoort van het terrein en de deur van het gebouw achter zich te sluiten. Kinderen hebben alleen onder begeleiding toegang tot het terrein.

6. Kruiwagenpool en andere tuingereedschap
De leden hebben het recht gebruik te maken van de materialen en gereedschappen die door de vereniging voor algemeen gebruik zijn aangeschaft. Hiertoe beschikt de vereniging ondermeer over 20 kruiwagens, gereedschap voor het reinigen van sloten en diversen. De geleende voorwerpen dienen dagelijks weer te worden ingeleverd op het uitgiftepunt.
Kruiwagens kan men altijd lenen maar moet men na gebruik (die zelfde dag) terugzetten. Ander gereedschap kan geleend worden tijdens de openingstijden van de winkel.
De vereniging beschikt over een eigen frees die gebruikt wordt om op verzoek van een tuinder tegen betaling een tuin te frezen.
Ook beschikt de vereniging over een aanhanger die gehuurd kan worden door een tuinder.

7. Inrichting van de tuin
Het staat de leden vrij hun tuin in te richten naar eigen inzicht met uitzondering van de teelt van aardappelen (zie 10. Wisselteelt).
Een composthoop dient steeds op het achterste gedeelte van de tuin te worden geplaatst, waarbij een afstand van ten minste 50 cm in acht moet worden genomen tot het midden van een afwateringsgreppel.
In de maanden mei en september wordt er een tuinkeuring gehouden.

8. Opstallen (gereedschapskisten, platte bakken, kassen en tuinhuisjes).
Gereedschapkisten, kassen en tuinhuisjes (de laatste twee na schriftelijke toestemming van het bestuur) dienen op de voorzijde van de tuin te worden geplaatst met dien verstande dat bij een kas of tuinhuisje een vrije ruimte tot de kavelgrenzen in acht moet worden genomen van tenminste 100 cm terwijl bij gereedschapskisten en platte bakken deze vrije ruimte ten minste 50 cm dient te bedragen. Uitzondering kan worden gemaakt als de tuin aan bosschages of sloot grenst.

Bij graafwerkzaamheden of bij het slaan van palen dieper dan 50 cm moet men rekening houden met kabels, leidingen en of drainagesystemen. Tekeningen over de ligging van leidingen en/of drainagepijpen liggen bij het bestuur ter inzage.
Het houtwerk van gereedschapskisten, platte bakken en kassen dient groen of naturel geschilderd te zijn. Het houtwerk van tuinhuisjes dient naturel van kleur te zijn. In platte bakken en kassen mag uitsluitend glas of kunststofglas worden gebruikt als lichtdoorlatend materiaal.

I. Gereedschapkist.
De afmetingen van deze kist zijn ten hoogste:
Lengte 250 cm, breedte 55 cm, maximale hoogte boven maaiveld: 100 cm.

II. Platte bak.
Platte bakken (broeibakken) mogen zowel enkel als dubbel zijn uitgevoerd. De voorwaarden waaraan deze bakken zijn gebonden, luiden: maximale hoogte boven maaiveld is 100 cm, en maximale oppervlakte 10 % van de gehele tuin, uitvoering uitsluitend in éénruiter ramen.

III. Kweekkassen en tuinhuisjes.
Op tuinen met een oppervlakte van 100m² of 200 m² kan het bestuur (na schriftelijk verzoek en schriftelijke toestemming) toestemming verlenen tot het plaatsen van hetzij een kweekkas, hetzij een tuinhuisje. Die toestemming is onder meer afhankelijk van de toe te passen materialen en van de vormgeving. Plastic tunnelkassen zijn niet toegestaan. Ongeacht het type fundering van een kas of tuinhuisje dient bij het bestuur een borgsom van € 50,00 per kas of tuinhuisje te zijn gedeponeerd als garantie dat deze fundering te zijner tijd ook weer zal worden verwijderd. De maten waaraan een kas c.q. een huisje gebonden zijn luiden: grondoppervlak 100m² maximaal 10m, grondoppervlakte 200m² maximaal 20m² en nokhoogte ten hoogste 270 cm boven maaiveld.

9. Bemesting en grondbewerking.
Teneinde de structuur van de grond te verbeteren en te beschermen mag elke tuinder alleen organische mest toepassen. Chemische meststoffen en bestrijdingsmiddelen zijn verboden
Ten gevolge van de grondsamenstelling is het aan te raden in de herfst de grond te bemesten en winterklaar temaken, zodat uw tuin er verzorgt uit ziet in het voorjaar.
Verzorgt wil zeggen vrij van onkruiden en andere ongewenste planten.

10. Wisselteelt
Ten gevolge van de voor aardappelen wettelijk voorgeschreven 4-jaarlijkse wisselteelt zal het bestuur jaarlijks bekend maken welk gedeelte van de tuin mag worden gebruikt voor dit gewas. Bovendien mag uitsluitend NAK-gekeurd pootgoed worden gebruikt. Desgevraagd moeten de leden dit kunnen aantonen.
Als men door een andere tuinvorm geen gebruik kan maken van deze voorgeschreven wisselteelt dient men elk jaar voor 1 maart een tuinplan in te dienen bij het bestuur.

Naast genoemde verplichte wisselteelt bij aardappelen raadt de vereniging haar leden nadruk-kelijk aan, voor alle eenjarige gewassen wisselteelt toe te passen ten einde ziektes in het gewas
te beperken. Ingeval van een hinderlijke besmetting zal het bestuur aan de betrokken tuinder(s) met onmiddellijke ingang een rooiplicht opleggen.

Het is niet toegestaan ter verdelging van onkruid of ter bestrijding van ziekten gebruik te maken van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Besmette gewassen moet men afvoeren naar huis en mag men niet op het terrein deponeren of verbranden.

11. Afval
Organisch afval dient op de eigen tuin gecomposteerd te worden. Alle andere afval moet van de tuin verwijderd worden.
Glasafval, uitsluitend plat glas, kan worden gedeponeerd in de daarvoor bestemde glascontainer op het terrein. De leden zijn verplicht niet-composteerbaar afval mee naar huis te nemen en af te stoten via de eigen grijze bak. Het is ten strengste verboden afval van huis mee naar het complex te nemen.
Verbranden van afval is van gemeentewege verboden. Het bestuur zal hier op toezien.

12. Winkel
Het organiseren van een gemeenschappelijke inkoop van meststoffen, zaden, plantmateriaal en andere tuinbenodigdheden ten behoeve van de leden vormt een van de kerntaken van een amateurtuindersvereniging. De vereniging heeft daartoe een eigen winkel in het leven geroepen waar de leden hun inkopen kunnen doen, waarbij getracht wordt de verkoopprijs lager te houden dan in de reguliere handel. Eén der bestuursleden is belast met de inkoop en met het beheer van deze winkel.
Organische mest mag niet los gestort worden. Wel staan er op het parkeerterrein regelmatig aanhangwagens met paardenmest waarvan een ieder mag gebruiken.

13. Onderhoudswerkzaamheden
Op elk complex is door het bestuur een groepshoofd aangesteld die verantwoordelijk is voor de organisatie van de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. Elk lid is verplicht een aandeel te nemen in deze werkzaamheden of in andere werkzaamheden ten behoeve van de vereniging. Jaarlijks dient ieder lid voor elke gehuurde 100 m² zes uur arbeidstijd beschikbaar te stellen (twee dagdelen). Het bestuur kan hierop uitzonderingen maken (ziekte, leeftijd e.d.).
Per dagdeel van drie uur dat men niet werkt, zal €10,- in rekening worden gebracht. De niet gewerkte uren blijven staan voor het volgend jaar.
Leden van de vereniging die zich onttrekken aan de werkzaamheden (zonder geldige reden en toestemming van het bestuur) kunnen door het bestuur worden geroyeerd.

14.Het is verboden:
a. ongevraagd de tuin van een ander te betreden dan wel zich daar zonder die toestemming
op te houden;
b. de tuin als opslagplaats te gebruiken;
c. hoogstamfruit of bomen op de tuin aan te planten;
d. op het terrein van de vereniging enig geschrift of denkwerk aan te plakken of te verspreiden,
anders dan met toestemming van het bestuur;
e. om andere gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen te gebruiken of op het terrein
voorhanden te hebben dan middelen die geschikt zijn voor een ecologisch complex;
f. afval buiten de eigen tuin te deponeren in bosschages of sloten;
g. geluidsoverlast te veroorzaken (bv. muziek);
h. buiten het eigen perceel materialen op te slaan of andere voorzieningen te treffen
(incidenteel kan het bestuur hiervan schriftelijk ontheffing verlenen);
i. binnen een afstand van 125 cm gerekend vanaf bestaande bosschage, bomen of struiken
aan te planten;
j. de producten van zijn tuin aan derden te verkopen of handel te bedrijven, tenzij met
nadrukkelijke toestemming van het bestuur;
k. op de tuin (klein)vee zoals kippen en konijnen te houden;
l. open vuur te stoken waaronder in vuurkorven behalve met toestemming van het bestuur

15. Windkeringen.
Het is verboden schuttingen of hekwerken (hout, beton of glas) plaatsen als windkering of tuinafscheiding. Hagen van beplanting zijn wel toegestaan tot een hoogte van 1.80, mits 50 cm uit de tuingrens geplaatst. Het aanplanten van nieuwe hagen is verboden.
Een windkering van geriefhout tot een hoogte van 1.50, mits 50 cm uit de tuingrens, is toegestaan. Onder geriefhout verstaan we vlechtwerk van takken (wilg, es e.d.).

16. Elke tuinder is voorts verplicht:
a. zijn tuin goed te onderhouden en te gebruiken in overeenstemming met zijn bestemming.
b. op de tuin een nummerplaat met tuinnummer duidelijk zichtbaar aanwezig te hebben, hetzij op een paal, dan wel op de gereedschapkist of op de kas.
c. walkanten te onderhouden indien zijn kavel direct aan het water is gelegen.
d. het bestuur te informeren wanneer hij of zij door enige reden gedurende langere tijd niet in staat is de tuin naar behoren te onderhouden.
e. honden aan de lijn te houden.

17. Pachtopzegging door de leden.
Indien het lid de pachtovereenkomst wenst te beëindigen, moet het bestuur uiterlijk één maand voor de afloop van het verenigingsjaar hiervan schriftelijk bericht hebben ontvangen. Bij beëindiging van het lidmaatschap wordt de borg terugbetaald, mits de gepachte tuin netjes is achtergelaten en de sleutel(s) zijn ingeleverd. Dit ter beoordeling van de verhuurcommissie.
Is de tuin niet netjes achtergelaten, dan worden eventuele meerkosten (t.o.v. de borg) voor het opruimen verhaald op de tuinder.

Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar wordt beëindigd is het lid niettemin verplicht alle financiële verplichtingen jegens de vereniging voor het gehele jaar te voldoen. Restitutie van gehele of gedeeltelijke pacht en/of contributie kan nimmer worden verleend, ook niet bij pachtopzegging halverwege het verenigingsjaar.

18. Pachtopzegging door het bestuur
Het bestuur is gerechtigd om met onmiddellijke ingang leden de pacht op te zeggen en het lidmaatschap te ontnemen ingeval van:
- niet nakomen van de financiële verplichtingen jegens de vereniging
- het storten van afval op het terrein van de vereniging
- diefstal of het aanbrengen van vernielingen
- wangedrag in het algemeen
- gebruik van chemische meststoffen of chemische bestrijdingsmiddelen

De opzegging door het bestuur geschiedt schriftelijk. Conform artikel 6 van de Statuten blijft bij een dergelijke beëindiging van het lidmaatschap het voormalige lid niettemin gehouden alle financiële verplichtingen jegens de vereniging voor het gehele jaar te voldoen.
Het opgezegde lid krijgt gedurende 10 dagen de gelegenheid tot het verwijderen van gewassen, opstallen en andere eigendommen. Hierna vervallen deze aan de vereniging.

Tevens is het bestuur gerechtigd leden het lidmaatschap op te zeggen bij gebrek aan onderhoud van de tuin. De tuinder krijgt eerst een mondeling gesprek, als er geen verbetering is volgt
er een schriftelijke waarschuwing. Als de situatie niet verbetert, kan het bestuur royeren.

19. Wachtlijsten
In geval van een wachtlijst met belangstellenden voor een tuin geldt de volgorde voor de uitgifte van een vrijgekomen tuin:
- een bestaand lid gaat voor onder de volgende voorwaarden:
- de bestaande tuin wordt goed onderhouden;
- het lid voldoet aan zijn werkverplichting op algemene werkdagen
- het totaal van de tuinen niet groter wordt dan 400 m²
- als er een tuin vrijkomt zonder kasje of huisje gaat diegene voor die bovenaan de wachtlijst
staat.
- als er een tuin vrijkomt met een kasje of huisje gaat diegene van de wachtlijst voor die heeft
aangegeven een tuin met een dergelijke opstal te willen huren. (Dit in verband met de verkoop
van het kasje/huisje.)
- als het niet mogelijk is de tuin met opstallen te verhuren, dan is de oude huurder verplicht deze
te verwijderen.
Zie ook artikel 22. Overlijden.

20. Borgsommen.
Betaalde borgsommen worden pas terug betaald als blijkt, dat na vertrek de tuin netjes wordt opgeleverd. Dit is ter beoordeling van de verhuurcommissie.

21. Algemeen
De leden van het bestuur hebben te allen tijde het recht de tuinen te betreden en te inspecteren.

22. Overlijden
Bij overlijden van een tuinder, wacht het bestuur tot er contact wordt opgenomen door de erven.
Is er na 2 maanden nog geen contact, dan onderneemt het bestuur actie. In overleg met de erven
worden de zaken dan afgewikkeld.
Indien de partner van de overleden tuinder de tuin zelf wil behouden dan wordt dit toegestaan. (Deze toestemming geldt uitsluitend voor de partner.)

23.Slotbepaling
Elk lid ontvangt een exemplaar van dit tuinreglement.

******************
Dit tuinreglement is, met inachtneming van de afspraken die over dit gewijzigde tuinreglement zijn gemaakt, vastgesteld door de Algemene Leden Vergadering van ATV de Rekere op
10 april 2010.

Groenbeheer

Groenbeheer op het complex A.T.V. de Rekere

Inleiding

Het totale groenbeheer van De Rekere is in handen van de daarvoor verantwoordelijke bestuursleden (2008: Jan Bosch en Hans Schotten). Voordat het seizoen van start gaat bespreken zij de planning en de te verrichten activiteiten met de groepshoofden. In het bestuur wordt de voortgang besproken.

Het groenbeheer op het complex valt uiteen in 4 onderdelen. Deze zijn als volgt in te delen:

  1. Het snoeien van bomen en groensingels.
  2. Het maaien van de loop- en wandelpaden.
  3. Het maaien van slootkanten en langs de bosschages
  4. Het schoonhouden van de sloten.

De beheerstaken worden zoveel mogelijk met de leden uitgevoerd tijdens de algemene werkdagen. Voor bepaalde, specifieke werkzaamheden zijn er vaste vrijwilligers.

Als tuinders op het complex klachten hebben over de bosschages en de graspaden kunnen zij dit bij het bestuur aangeven. Hierna wordt er gekeken wat er gedaan moet worden. Het is niet toegestaan hier op eigen initiatief actie te ondernemen.

Werkzaamheden vaste vrijwilligers

De navolgende taken worden door vaste vrijwilligers uitgevoerd:

  1. Maaien van de loop- en wandelpaden met de Kubota
  2. Maaien van de paden waar de maaimachine niet kan komen.
  3. In juni na de ecomarkt maaien van al het lange gras met de vingerbalk.
  4. Snoeien bosschages (zomersnoei, wintersnoei)
  5. Verzorgen van bomen (zomersnoei, wintersnoei)
  6. Onderhoud plantenwal op het parkeerterrein.

Nadere toelichting groenbeheer

Voor wat betreft de in de inleiding genoemde beheerstaken geven wij hierna een uitgebreidere toelichting.

1. Snoeien bomen en groensingels
Bij het snoeien wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het karakter van de groensingel wat de broedgelegenheid van kleine zangvogels vergroot. De onderbegroeiing van de singel wordt 1x per jaar gemaaid met de vingerbalk-maaier of zeis. Ruigten en hoogopgroeiende planten tegen de singels (ook de distels!) hebben een grote ecologische waarde voor honderden soorten insecten en de grondbroeders onder de vogels. De werkzaamheden vinden zoveel mogelijk plaats tijdens de algemeen werkdagen. Snoeiwerkzaamheden vinden alleen voor en na het broedseizoen van vogels plaats (wintersnoei voor 15 maart en zomersnoei na 1 juli).

Door de verantwoordelijke bestuursleden wordt een jaarplanning voor het verzorgen van bomen en struiken opgesteld. Deze planning wordt ingetekend in de plattegrond van De Rekere. Leden kunnen bij het bestuur aangeven als zij last hebben van bomen of bosschages, waarna dit opgenomen kan worden in de jaarlijkse snoeiplannen. Daarbij zal bedacht moeten worden dat het karakter van de tuin in stand gehouden zal worden.

In de winter wordt in overleg met de gemeente gekeken naar nodige verzorging voor de bomen.
De verzorging van de groensingels bestaat uit het verwijderen van opslag zoals, wilg, es, els, vlier, kornoelje en wilde bramen. Het snoeimateriaal wordt ter plekke verwerkt in houtrillen.
In de zomer vindt het bijwerken van de vorm plaats (b.v. zorgen dat er geen lange takken over het pad groeien die hinderlijk zijn bij het maaien en lopen of over tuinen hangen).

De regels bij de snoeiwerkzaamheden:

  1. De planning doornemen en afstemmen met het BD gedeelte dat een eigen werkgroep heeft.
  2. Zorgen voor vrijwilligers om te helpen bij het afvoeren van takken, verwerken van takken op de juiste plaats.
  3. Bij grote werkzaamheden aan bomen en bosschages worden de betrokken tuinders op de hoogte gebracht.
  4. Snoeien gebeurt onder begeleiding van een bestuursverantwoordelijke.

2. Grasmaaien op de loop- en wandelpaden
De paden worden in het groeiseizoen van ongeveer maart-november gemaaid. Het maaien gebeurt afhankelijk van de groeisnelheid en hoeveelheid zon. De vrijwilliger(s) neemt (nemen) zelf initiatief tot het maaien. Voor het maaien is een maaimachine beschikbaar, de Kubota. Op die wandel- en looppaden waar de Kubota niet kan komen, wordt er gemaaid met de Flymo of Torro. Aan het begin van het seizoen (medio maart) komen de vrijwilligers bijeen om goede afspraken te maken over de maaifrequentie.

Bovenstaand maaien gebeurt dus alleen op wandel- en looppaden. Al het andere gras en andere grasachtige gewassen worden 2x per jaar gemaaid (zie verde bij 3).
Het BD gedeelte heeft zijn eigen beheersmethode.
(NB. Het maaisel is prima te gebruiken voor mulchen en composthopen).

De taken van de vrijwilliger(s) die de paden maai(t)en met de Kubota en andere maaimachines:

  1. De machines na gebruik schoonmaken en controleren.
  2. Zo nodig de vrijwilliger die het machineparkbeheer doet op de hoogte brengen van calamiteiten.

3. Grasmaaien buiten de Wandel en Looppaden
Dit gebeurt 2x per jaar. De eerste maal na de Ecologische dag in juni en de tweede maal voor de najaarsschouw (vanaf begin september). Het maaien gebeurt met de vingerbalk. Waar deze niet bij kan wordt de zeis of bossenmaaier gebruikt. Het gemaaide materiaal wordt afgevoerd. Zo treed er verschraling op en kunnen wij in de toekomst naar 1x maaien van deze stukken per jaar. Ook zullen er zo meer wilde planten soorten zich vestigen en zal het te verwijderen materiaal in de toekomst ook afnemen.

4. Slootbeheer.
Eenmaal per jaar moeten de sloten worden ontdaan van oever en waterplanten. Dit is verplicht via het schouwbesluit van het Hoogheemraadschap. Dit  wordt ook gecontroleerd door het schap. Dit is altijd in oktober. (NB Vroeger moest dit 2x per jaar)
De werkzaamheden bestaan uit het maaien van de oevers (met een zeis) en het verwijderen van alles wat plant is uit de waterlopen. Soms kan men verplicht zijn te baggeren, maar dit is een gemeente taak.
Bovenstaande werkzaamheden gebeuren op de werkdagen. Het zwaardere werk wordt machinaal gedaan door een loonwerker.

Ten slotte                           

Wij vertrouwen erop dat met bovenstaande maatregelen het unieke karakter van De Rekere gewaarborgd blijft. Wij verzoeken u dan ook mee te werken aan dit plan. Daarbij is het vooral van belang dat gewenste aanpassingen bij het bestuur of groepshoofd aangekaart worden. Daarbij zal altijd geprobeerd worden om in goed overleg tot een oplossing te komen. Het valt echter niet uit te sluiten dat in sommige situaties het individuele belang van de tuinder moet wijken voor het algemene belang van het complex. Wij vragen hiervoor uw begrip.