 |
Reglementen
|
Huishoudelijk reglement
Tuinreglement
Groenbeheer
|
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
1. ALGEMEEN
1.1 Bij het tuinieren als vrijetijdsbesteding dient rekening
te worden gehouden met de belangen van natuur en milieu.
Daarom kiest de vereniging nadrukkelijk voor het bevorderen van een ecologische
wijze van tuinieren.
In dat kader is er ook plaats ingeruimd voor een specifieke vorm van ecologisch
tuinieren,
t.w. de biologisch-dynamische methode.
1.2 De vereniging is lid van de te Alkmaar gevestigde vereniging Federatie
van
Amateurtuindersverenigingen Alkmaar en Omsterken, hierna kortweg 'de Federatie'
genoemd.
1.2 De vereniging is niet aansprakelijk voor schade ontstaan aan de eigendommen
van de leden.
Schade toegebracht aan verenigingseigendommen dient terstond aan het bestuur
te worden gemeld.
De vereniging heeft een W.A.-verzekering voor die gevallen waarin zij
bij wet aansprakelijk is.
1.4 Naast het betalen van inschrijfgeld, contributie, pacht en eventuele
borgsom zijn de
leden verplicht:
a. hun tuin zorgvuldig te onderhouden en vrij te houden van onkruid;
b. de aanwijzingen van de vereniging in acht te nemen m.b.t. opstallen,
gereedschaps-
kisten en composthopen;
c. de aanwijzingen van de vereniging op te volgen ter zake van de teelt
in het
algemeen en van bepaalde gewassen in het bijzonder;
d. de aanwijzingen van de vereniging op te volgen m.b.t. het gebruik van
meststoffen
en gewas- beschermingsmiddelen;
e. te participeren in de onderhoudswerkzaamheden van het complex dan wel
in
andere werkzaamheden ten behoeve van de vereniging
1.5 De verplichtingen van de leden worden nader uitgewerkt in het Tuinreglement
1.6 Een lid heeft het recht aan het Federatiebestuur schriftelijk om
bemiddeling te vragen,
indien hij een conflict heeft met het bestuur van zijn vereniging. Eventuele
adviezen van
de federatie zijn echter niet bindend en doen geen afbreuk aan het uitgangspunt
dat
de Algemene Vergadering het hoogste gezagsorgaan binnen de vereniging
vormt.
2 . HET BESTUUR
2.1 Het bestuur besluit bij gewone meerderheid van stemmen; indien
de stemmen staken
wordt een voorstel geacht te zijn afgewezen.
2.2 Het bestuur stelt een rooster van aftreden op volgens welke jaarlijks
ca. éénderde van het aantal
bestuursleden aftreedt. De aftredende zijn terstond herkiesbaar. Bij tussentijds
aftreden neemt het nieuw
gekozen bestuurslid op dit rooster de plaats in van zijn voorganger.
Bij het ontstaan van één of meer tussentijdse vacatures
wordt daarin voorzien op de eerstvolgende algemene
vergadering. De periodieke bestuursverkiezing heeft plaats op de algemene
vergadering welke binnen
zes maanden na afloop van het verenigingsjaar wordt gehouden.
2.3 De voorzitter neemt in beginsel het initiatief tot het houden van
vergaderingen van het bestuur
waarbij hij tevens de agenda opstelt. De voorzitter leidt de vergaderingen
van het bestuur en van de leden,
waarbij hij de volgorde van de te behandelen onderwerpen regelt. Hij verleent
het woord en heeft het recht
elke spreker tot de orde te roepen. Tevens zorgt hij voor handhaving van
de Statuten, van
het Huishoudelijk Reglement en van het Tuinreglement. De voorzitter verzorgt
de externe contacten
van de vereniging en voert met name, tezamen met de secretaris, de gesprekken
met de plaatselijke overheid.
De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen de vereniging bij de
Federatie.
Zij bezoeken de vergaderingen van de Federatie en rapporteren daarover
aan het bestuur van de vereniging.
2.4 De secretaris voert de correspondentie van de vereniging. Inkomende
en uitgaande correspondentie wordt
vermeld in het brievenregister en opgeborgen in het archief, dat gedurende
tien jaar wordt bewaard.
De systematische inrichting van het archief wordt door het bestuur schriftelijk
vastgelegd. Inkomende
brieven worden in beginsel steeds schriftelijk afgedaan. Toezeggingen
met een blijvend karakter aan
leden van de vereniging moeten in het archief teruggevonden kunnen worden
en dienen daarom schriftelijk
te geschieden. De secretaris draagt zorg voor het opstellen van de notulen
van de vergaderingen van het
bestuur en van de leden.
De secretaris is verantwoordelijk voor het bijhouden van de ledenadministratie.
De secretaris draagt er zorg voor dat van alle belangrijke externe gesprekken,
zoals met overheidsinstanties
en anderen, een verslag wordt opgesteld, dat na behandeling in een bestuursvergadering,
wordt opgeborgen in het archief van de vereniging. De secretaris stelt
jaarlijks een verslag samen
betreffende de toestand van de vereniging dat na goedkeuring door het
bestuur, in de algemene
vergadering aan de orde wordt gesteld. Dit jaarverslag dient ten minste
gegevens te bevatten met
betrekking tot de bestuurssamenstelling, het ledental, de totale netto
oppervlakte van het terrein en
de omvang van het verhuurde gedeelte, de onderhoudssituatie, de relatie
met de Federatie en met
de Gemeente, bijzondere activiteiten alsmede belangrijke maatschappelijke
ontwikkelingen
betreffende de groenteteelt in het algemeen en het amateurtuinieren in
het bijzonder.
De geschiedenis van de vereniging moet op eenvoudige wijze aan de hand
van de achtereenvolgende
jaarverslagen kunnen worden gevolgd.
2.5 De financiële middelen van de vereniging mogen door het bestuur
uitsluitend worden aangewend
ten behoeve van de doelstellingen van de vereniging rekening houdend met
de door de Algemene Vergadering
goedgekeurde begroting. Voor het verrichten van rechtshandelingen en het
doen van investeringen waarvan
de financiële betekenis een bedrag van 4,500 euro te boven gaat
behoeft het bestuur de goedkeuring van de Algemene Vergadering.
2.6 De penningmeester is verantwoordelijk voor de onder zijn berusting
zijnde geldmiddelen van de vereniging
en tekent de kwitanties en bank- en giro-opdrachten. Hij is belast met
het invorderen van de pachtgelden,
de contributies, de andere inkomsten en de borgsommen van de vereniging.
Hij is belast met het bewaken
van de begroting en met het ordelijk bijhouden van het kas-, bank- en
giroboek. De penningmeester doet op
de jaarvergadering rekening en verantwoording over het afgelopen boekjaar.
2.7 De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commissie,
die de rekening en verantwoording,
over het in het afgelopen verenigingsjaar gevoerde bestuur, onderzoekt.
Dit onderzoek betreft enerzijds de
juistheid van de boekhouding (rekening) en anderzijds de juistheid van
het financiële beleid zoals dat door het bestuur
is gevoerd (verantwoording). De commissie brengt aan de Algemene Vergadering
verslag uit van haar bevindingen.
Goedkeuring door de Algemene Vergadering van de financiële jaarrekening
en de financiële
verslaggeving strekt het bestuur tot décharge.
2.8 Het Dagelijks Bestuur, bestaande uit voorzitter, secretaris en penningmeester,
behartigt de
lopende zaken van de vereniging. In spoedeisende gevallen kan het Dagelijks
Bestuur beslissingen nemen,
waarover op de eerstvolgende vergadering van het vereningsbestuur verantwoording
moet worden afgelegd.
2.9 Het bestuur is bevoegd enige malen per jaar een clubblad uit te geven
met de naam 'Evenwicht'.
In dit blad worden bestuursstandpunten en mededelingen gepubliceerd en
wordt informatie gegeven
over het tuinieren in de ruimste zin van het woord. Het blad valt volledig
onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
Eén der bestuursleden is belast met alle zaken die betrekking hebben
op het clubblad en rapporteert daarover
aan het bestuur. Het blad worden verspreid onder alle leden en begunstigers.
2.10 Het bestuur heeft mede tot taak een gemeenschappelijke inkoop van
plantgoed, zaden,
meststoffen en andere tuinbenodigdheden te realiseren ten behoeve van
de leden.
Aangezien het niveau van de inkoopprijzen en van de kosten nauw samenhangt
met de omzet,
moet het als zeer wenselijk worden beschouwd dat zoveel mogelijk leden
van deze inkoopservice gebruik maken.
Daarom worden alleen die artikelen gevoerd die wezenlijk goedkoper geleverd
kunnen worden
dan het gebruikelijke prijsniveau in de reguliere handel. Het voor de
inkoop benodigde geld wordt in goed overleg
met de penningmeester tijdelijk onttrokken aan de kas van de vereniging.
Inkoper en penningmeester tezamen
zijn belast met het voeren van het inkoopbeleid en rapporteren daarover
aan het bestuur.
2.11 Het bestuur is verantwoordelijk voor het onderhoud van het gehele
terrein. Ten einde leiding te geven
aan het onderhoud is op elk complex een groepshoofd aangesteld. Elk groepshoofd
is in beginsel één der
tuinders van het betrokken complex. Eén der bestuursleden is belast
met de coórdinatie van
de werkzaamheden van de groeps-hoofden en rapporteert daarover aan het
bestuur.
Het groepshoofd beslist over de uit te voeren werkzaamheden en roept daartoe
beschikbaar zijnde leden op.
Alle leden zijn verplicht te participeren in onderhoudswerkzaamheden of
andere werkzaam-heden ten
behoeve van de vereniging.
2.12 Elk groepshoofd houdt toezicht op de wijze van tuinieren op zijn
complex.
Een aantal malen per jaar worden de tuinen door het groepshoofd tezamen
met een lid van
het bestuur gecontroleerd. Indien storende afwijkingen worden geconstateerd
van de geldende regels,
wordt het lid hierop gewezen en in de gelegenheid gesteld correcties aan
te brengen.
Indien het lid in gebreke blijft is het bestuur bevoegd de pacht en het
lidmaatschap op te zeggen.
3 SLOTBEPALINGEN
3.1 Tot wijziging van dit Huishoudelijk Reglement kan in een
Algemene Vergadering slechts worden besloten
wanneer wordt voldaan aan het ter zake in de Statuten bepaalde. Het voorstel
tot wijziging dient als punt
op de agenda van de vergadering te worden opgenomen en dient letterlijk
aan de Algemene Vergadering te worden voorgelegd.
Alle leden van de vereniging alsmede de begunstigers krijgen op hun verzoek
de Statuten en het Huishoudelijk Reglement uitgereikt.
TUINREGLEMENT
1. Terrein
De vereniging heeft de beschikking over het volkstuinenterrein aan de Helderseweg te Alkmaar, dat wordt gehuurd van de Federatie. Dit terrein heeft een oppervlakte van circa 4 ha., waarvan een gedeelte wordt ingenomen door parkeerterrein, clubgebouw, paden, sloten, grasstroken en bosschages. De netto verhuurbare oppervlakte bedraagt 31.172 m² welke is opgesplitst in vijf gedeelten, t.w.
complex 1 tuinen 1 t/m 30 ca. 6.200 m²
complex 2 tuinen 62 t/m 97 ca. 7.300 m²
complex 3 tuinen 98 t/m 122 ca. 6.100 m²
complex 4 tuinen 123 t/m 153 ca. 6.200 m²
complex 5 tuinen 31 t/m 61 ca. 5.400 m²
totaal ca. 31.200 m²
Aan elk lid wordt tegen betaling van een borgsom één sleutel uitgereikt, waarmee het lid toegang krijgt tot zowel het terrein als tot de toiletten van het verenigingsgebouw. Elk lid is verplicht de toegangspoort van het terrein en de deur van het gebouw achter zich te sluiten. Kinderen hebben alleen onder begeleiding toegang tot het terrein.
Op complex 5 mag uitsluitend worden getuinierd overeenkomstig de uitgangspunten van het biologisch dynamisch tuinieren, zoals dat is geformuleerd door Rudolf Steiner en zijn geest-verwanten.
De tuinen op de complexen 1, 2, 3 en 4 worden zoveel mogelijkverhuurd aan tuinders, die op ecologische wijze willen tuinieren. Dat houdt onder meer in dat de bemesting plaats vindt met organische mest en dat geen gebruik wordt gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen.
3. Kavelindeling en afwatering.
De oorspronkelijke kavelverdeling, gebaseerd op kavels van ca. 200 m², dient onder alle omstandigheden herkenbaar te blijven. Kavelscheidingen mogen zijn uitgevoerd als tegelpad. Beide betrokken pachters moeten daarover dan wel tot overeenstemming kunnen komen. Padverhardingen in het algemeen mogen uitsluitend zijn uitgevoerd in gemakkelijk verwijder-bare tegels met de standaardmaten van 30 cm of 40 cm.
Een goede afwatering van het terrein is slechts mogelijk wanneer alle hoofdgreppels op diepte gehouden worden. Het is niet toegestaan deze greppels op te vullen en/of bij de tuin te voegen. Evenmin mogen greppels worden bedekt met houtsnippers. Elke tuinder dient het aan zijn tuin grenzende gedeelte van een hoofdgreppel schoon en op diepte te houden.
Een aantal tuinen is gesplitst in kavels van ieder 100 m². Elke beginnende tuinder wordt in overweging gegeven eerst op een dergelijke kleine kavel ervaring op te doen en pas daarna te kiezen voor een tuin van 200 m² of meer.
4. Pachtovereenkomst.
De pachtovereenkomst geldt voor de duur van het verenigingsjaar dat loopt van 1 januari tot en met31 december. Deze overeenkomst wordt stilzwijgend van jaar tot jaar verlengd. Indien het lid de pachtovereenkomst wenst te beëindigen moet daarvan ten minste één maand voor het verstrijken van het verenigingsjaar schriftelijk bericht worden gegeven aan het bestuur. De pacht, de contributie en eventuele overige kosten moeten bij vooruitbetaling worden voldaan.
De leden hebben het recht gebruik te maken van de materialen en gereedschappen die door de vereniging voor algemeen gebruik zijn aangeschaft. Hiertoe beschikt de vereniging ondermeer over 20 kruiwagens, gereedschap voor het reinigen van sloten en diversen. De geleende voorwerpen dienen dagelijks weer te worden ingeleverd op het uitgiftepunt.
Over de samenstelling van de grond, de zuurgraad daarvan, de wenselijke bemesting en de meest geschikte teelten kan desgewenst door het bestuur nadere informatie worden verstrekt. Dergelijke adviezen zijn gratis en kunnen ook betrekking hebben op het voorkomen en bestrijden van gewasaantastingen.
Het staat de leden vrij hun tuin in te richten naar eigen inzicht met uitzondering van de teelt van aardappelen. Door de wettelijk voorgeschreven wisselteelt zal het bestuur jaarlijks bekend maken welk gedeelte van de tuin mag worden gebruikt voor dit gewas. Het is niet toegestaan op de tuin (klein)vee zoals kippen en konijnen te houden.
Het is verboden hekken of afrasteringen te maken of enig andere permanente constructie te plaatsen anders dan een in goede staat van onderhoud verkerende platte bak, gereedschapkist, kweekkas of tuinhuisje. Een composthoop dient steeds op het achterste gedeelte van de tuin te worden geplaatst, waarbij een afstand van ten minste 50 cm in acht moet worden genomen tot het midden van een afwateringsgreppel.
- Opstallen (gereedschapskisten, platte bakken, kassen en tuinhuisjes).
Gereedschapkisten, kassen en tuinhuisjes dienen steeds op de voorzijde van de tuin te worden geplaatst met dien verstande dat bij een kas of tuinhuisje een vrije ruimte tot de kavelgrenzen in acht moet worden genomen van tenminste 100 cm terwijl bij gereedschapskisten en platte bakken deze vrije ruimte tenminste 50 cm dient te bedragen.
Bij graafwerkzaamheden of bij het slaan van palen dieper dan 50 cm moet men rekening houden met kabels, leidingen en of drainagesystemen. Tekeningen omtrent de ligging van leidingen en/of drainagepijpen liggen bij het bestuur ter inzage.
Het houtwerk van gereedschapskisten, platte bakken en kassen dient groen geschilderd te zijn. Het houtwerk van tuinhuisjes dient naturel van kleur te zijn. In platte bakken en kassen mag uitsluitend glas of kunststofglas worden gebruikt als lichtdoorlatend materiaal.
De opstallen dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig de bij dit tuinreglement behorende tekening. Afwijkingen zijn toegestaan binnen onderstaande grenzen.
De afmetingen van deze kist zijn ten hoogste:
Lengte 250 cm, breedte 55 cm, maximale hoogte boven maaiveld: 100 cm.
Platte bakken (broeibakken) mogen zowel enkel als dubbel zijn uitgevoerd. De voorwaarden waaraan deze bakken zijn gebonden, luiden: maximale hoogte boven maaiveld is 100 cm, en maximale oppervlakte 10 % van de gehele tuin, uitvoering uitsluitend in éénruiter ramen.
- Kweekkassen en tuinhuisjes.
Op tuinen met een oppervlakte van tenminste 200 m2 kan het bestuur toestemming verlenen tot het plaatsen van hetzij een kweekkas, hetzij een tuinhuisje. Die toestemming is onder meer afhankelijk van de toe te passen materialen en van de vormgeving. Plastic tunnelkassen zijn niet meer toegestaan. Ongeacht het type fundering van een kas of tuinhuisje dient bij het bestuur een borgsom van € 45,- per kas of tuinhuisje te zijn gedeponeerd als garantie dat deze fundering te zijner tijd ook weer zal worden verwijderd. De maten waaraan een kas gebonden is luiden: grondoppervlak ten hoogste 20 m², nokhoogte ten hoogste 270 cm boven maaiveld.
- Bemesting en grondbewerking.
Teneinde de structuur van de grond te verbeteren en te beschermen is elke tuinder verplicht organische mest toe te passen.
Ten gevolge van de samenstelling van de grond op ons terrein wordt elke tuinder aangeraden zijn tuin jaarlijks voor de winter te spitten, bij voorkeur in november/december.
Op 1 april dienen alle tuinen zwart te zijn, dit wil zeggen vrij van onkruid.
Ten gevolge van de voor aardappelen wettelijk voorgeschreven 4-jaarlijkse wisselteelt zal het bestuur jaarlijks bekend maken welk gedeelte van de tuin mag worden gebruikt voor dit gewas. Bovendien mag uitsluitend NAK-gekeurd pootgoed worden gebruikt. Desgevraagd moeten de leden dit kunnen aantonen.
Naast genoemde verplichte wisselteelt bij aardappelen raadt de vereniging haar leden nadruk-kelijk aan, voor alle eenjarige gewassen wisselteelt toe te passen ten einde ziektes in het gewas
te beperken. Ingeval van een hinderlijke besmetting kan het bestuur aan de betrokken tuinder(s) met onmiddellijke ingang een rooiplicht opleggen. In overleg met de gemeente zal het bestuur dan trachten het besmette loof door verbranding te doen vernietigen. Het is niet toegestaan ter verdelging van onkruid of ter bestrijding van ziekten gebruik te maken van chemische gewas-beschermingsmiddelen.
Organisch afval dient in beginsel op de eigen tuin gecomposteerd te worden. Alle andere afval moet van de tuin verwijderd worden.
Glasafval, uitsluitend plat glas, kan worden gedeponeerd in de daarvoor bestemde glascontainer. De leden zijn verplicht niet-composteerbaar afval mee naar huis te nemen en af te stoten via de eigen grijze ton. Het is ten strengste verboden afval van huis mee naar het complex te nemen.
Verbranden van afval is van gemeentewege verboden. Het bestuur kan onder strenge voor-waarden daarvan incidenteel ontheffing krijgen. Een dergelijke ontheffing zal worden aange-vraagd indien het loof van zieke gewassen moet worden vernietigd.
Het organiseren van een gemeenschappelijke inkoop van meststoffen, zaden, plantmateriaal en andere tuinbenodigdheden ten behoeve van de leden vormt een van de kerntaken van een amateurtuindersvereniging. De vereniging heeft daartoe een eigen winkel in het leven geroepen waar de leden hun inkopen kunnen doen tegen een aanzienlijk lager prijsniveau dan in de reguliere handel. Eén der bestuursleden is belast met de inkoop en met het beheer van deze winkel. De vereniging maakt onder meer gebruik van de Centrale Inkoop van de Federatie.
Op bestelling van de leden koopt de vereniging aanzienlijke hoeveelheden organische mest in. Deze meststoffen moeten door de leden voor een genoemde datum worden weggehaald. Na die datum heeft het bestuur geen verantwoordelijkheid voor de niet afgehaalde meststoffen.
Op elk complex is door het bestuur een groepshoofd aangesteld dat verantwoordelijk is voor de organisatie van de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. Elk lid is verplicht een aandeel te nemen in deze werkzaamheden of in andere werkzaamheden ten behoeve van de vereniging. Jaarlijks dient ieder lid met een tuin van 100 m2 in beginsel zes uur arbeidstijd beschikbaar te stellen (twee dagdelen).
Op 17 maart 2004 is afgesproken om als proef voor twee jaar een betalingsregeling te treffen voor leden die niet aan de verplichte werkdagen deelnemen. Per dagdeel van drie uur dat men niet werkt, zal €10,- in rekening worden gebracht. Eind 2006 zal deze nieuw regel geëvalueerd worden voordat deze definitief in het reglement wordt opgenomen.
Leden van de vereniging die zich onttrekken aan de werkzaamheden die door de groepshoofden worden opgedragen kunnen door het bestuur worden verwijderd.
- Het is verboden:
- ongevraagd de tuin van een ander te betreden dan wel zich aldaar zonder diens toestemming op te houden;
- de tuin als opslagplaats te gebruiken;
- blijvende windkeringen te plaatsen, anders dan vaste planten;
- hoogstamfruit aan te planten;
- op het terrein van de vereniging enig geschrift of denkwerk aan te plakken of te verspreiden, anders dan met toestemming van het bestuur;
- om andere gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen te gebruiken of op het terrein voorhanden te hebben dan middelen die geschikt zijn voor een ecologisch complex.
- afval buiten de eigen tuin te deponeren;
- mechanische muziek ten gehore te brengen;
- buiten het eigen perceel materialen op te slaan of andere voorzieningen te treffen; incidenteel kan het bestuur hiervan (schriftelijk) ontheffing verlenen;
- binnen een afstand van 125 cm gerekend vanaf bestaande bosschage, bomen of struiken aan te planten;
- de producten van zijn tuin aan derden te verkopen, tenzij met nadrukkelijke toestemming van het bestuur.
- Elke tuinder is voorts verplicht:
- zijn tuin goed te onderhouden en te gebruiken overeenkomstig zijn bestemming.
- op de tuin een nummerplaat met tuinnummer duidelijk zichtbaar aanwezig te hebben, hetzij op een paal, dan wel op de gereedschapkist of op de kas.
- walkanten te onderhouden indien zijn kavel direct aan het water is gelegen.
- het bestuur te informeren wanneer hij of zij door enige reden gedurende langere tijd niet in staat is de tuin naar behoren te onderhouden.
- honden aan de lijn te houden.
- Pachtopzegging door de leden.
Opzegging van pacht en lidmaatschap dient schriftelijk te geschieden. De pachter is verplicht zijn tuin ordelijk en vrij van opstallen, padverhardingen en gewassen achter te laten. Indien hieraan niet wordt voldaan kan het bestuur een boete van € 0,50 per m² schoon te maken tuin opleggen.
Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar wordt beëindigd is het lid niettemin verplicht alle financiële verplichtingen jegens de vereniging voor het gehele jaar te voldoen. Restitutie van gehele of gedeeltelijke pacht en/of contributie kan nimmer worden verleend, ook niet bij pachtopzegging halverwege het verenigingsjaar.
- Pachtopzegging door het bestuur
Het bestuur is gerechtigd om met onmiddellijke ingang leden de pacht op te zeggen en het lidmaatschap te ontnemen ingeval van:
- niet nakomen van de financiële verplichtingen jegens de vereniging
- het storten van afval op het terrein van de vereniging
- diefstal of het aanbrengen van vernielingen
- wangedrag in het algemeen
De opzegging door het bestuur geschiedt schriftelijk. Conform artikel 6 van de Statuten blijft bij een dergelijke beëindiging van het lidmaatschap het voormalige lid niettemin gehouden alle financiële verplichtingen jegens de vereniging voor het gehele jaar te voldoen.
Het opgezegde lid krijgt gedurende 10 dagen de gelegenheid tot het verwijderen van gewassen, opstallen en andere eigendommen. Hierna vervallen deze aan de vereniging.
Tevens is het bestuur gerechtigd leden de pacht op te zeggen bij gebrek aan onderhoud van de tuin. De tuinder zal drie keer een schriftelijke waarschuwing krijgen voordat het bestuur overgaat tot het opzeggen van de pacht.
In geval van een wachtlijst met belangstellenden voor een tuin geldt de volgorde voor de uitgifte van een vrijgekomen tuin:
- een bestaand lid gaat voor onder de volgende voorwaarde:
- de bestaande tuin wordt goed onderhouden;
- het lid voldoet aan zijn werkverplichting op algemene werkdagen
- de tuin zal niet groter worden dan 400 m²
- Als er een tuin vrijkomt zonder kasje of huisje gaat diegene voor die bovenaan de wachtlijst staat.
- Als er een tuin vrijkomt met een kasje of huisje gaat diegene van de wachtlijst voor die heeft aangegeven een tuin met een dergelijke opstal te willen huren. (Dit in verband met de verkoop van het kasje/huisje.)
De leden van het bestuur hebben te allen tijde het recht de tuinen te betreden en te inspecteren.
Elk lid ontvangt een exemplaar van dit Tuinreglement.
Dit Tuinreglement is vastgesteld door de Algemene Leden Vergadering van ATV de Rekere op 29 november 2006.
Groenbeheer
Groenbeheer op het complex A.T.V. de Rekere
Inleiding
Het totale groenbeheer van De Rekere is in handen van de daarvoor verantwoordelijke bestuursleden (2008: Jan Bosch en Hans Schotten). Voordat het seizoen van start gaat bespreken zij de planning en de te verrichten activiteiten met de groepshoofden. In het bestuur wordt de voortgang besproken.
Het groenbeheer op het complex valt uiteen in 4 onderdelen. Deze zijn als volgt in te delen:
- Het snoeien van bomen en groensingels.
- Het maaien van de loop- en wandelpaden.
- Het maaien van slootkanten en langs de bosschages
- Het schoonhouden van de sloten.
De beheerstaken worden zoveel mogelijk met de leden uitgevoerd tijdens de algemene werkdagen. Voor bepaalde, specifieke werkzaamheden zijn er vaste vrijwilligers.
Als tuinders op het complex klachten hebben over de bosschages en de graspaden kunnen zij dit bij het bestuur aangeven. Hierna wordt er gekeken wat er gedaan moet worden. Het is niet toegestaan hier op eigen initiatief actie te ondernemen.
Werkzaamheden vaste vrijwilligers
De navolgende taken worden door vaste vrijwilligers uitgevoerd:
- Maaien van de loop- en wandelpaden met de Kubota
- Maaien van de paden waar de maaimachine niet kan komen.
- In juni na de ecomarkt maaien van al het lange gras met de vingerbalk.
- Snoeien bosschages (zomersnoei, wintersnoei)
- Verzorgen van bomen (zomersnoei, wintersnoei)
- Onderhoud plantenwal op het parkeerterrein.
Nadere toelichting groenbeheer
Voor wat betreft de in de inleiding genoemde beheerstaken geven wij hierna een uitgebreidere toelichting.
1. Snoeien bomen en groensingels
Bij het snoeien wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het karakter van de groensingel wat de broedgelegenheid van kleine zangvogels vergroot. De onderbegroeiing van de singel wordt 1x per jaar gemaaid met de vingerbalk-maaier of zeis. Ruigten en hoogopgroeiende planten tegen de singels (ook de distels!) hebben een grote ecologische waarde voor honderden soorten insecten en de grondbroeders onder de vogels. De werkzaamheden vinden zoveel mogelijk plaats tijdens de algemeen werkdagen. Snoeiwerkzaamheden vinden alleen voor en na het broedseizoen van vogels plaats (wintersnoei voor 15 maart en zomersnoei na 1 juli).
Door de verantwoordelijke bestuursleden wordt een jaarplanning voor het verzorgen van bomen en struiken opgesteld. Deze planning wordt ingetekend in de plattegrond van De Rekere. Leden kunnen bij het bestuur aangeven als zij last hebben van bomen of bosschages, waarna dit opgenomen kan worden in de jaarlijkse snoeiplannen. Daarbij zal bedacht moeten worden dat het karakter van de tuin in stand gehouden zal worden.
In de winter wordt in overleg met de gemeente gekeken naar nodige verzorging voor de bomen.
De verzorging van de groensingels bestaat uit het verwijderen van opslag zoals, wilg, es, els, vlier, kornoelje en wilde bramen. Het snoeimateriaal wordt ter plekke verwerkt in houtrillen.
In de zomer vindt het bijwerken van de vorm plaats (b.v. zorgen dat er geen lange takken over het pad groeien die hinderlijk zijn bij het maaien en lopen of over tuinen hangen).
De regels bij de snoeiwerkzaamheden:
- De planning doornemen en afstemmen met het BD gedeelte dat een eigen werkgroep heeft.
- Zorgen voor vrijwilligers om te helpen bij het afvoeren van takken, verwerken van takken op de juiste plaats.
- Bij grote werkzaamheden aan bomen en bosschages worden de betrokken tuinders op de hoogte gebracht.
- Snoeien gebeurt onder begeleiding van een bestuursverantwoordelijke.
2. Grasmaaien op de loop- en wandelpaden
De paden worden in het groeiseizoen van ongeveer maart-november gemaaid. Het maaien gebeurt afhankelijk van de groeisnelheid en hoeveelheid zon. De vrijwilliger(s) neemt (nemen) zelf initiatief tot het maaien. Voor het maaien is een maaimachine beschikbaar, de Kubota. Op die wandel- en looppaden waar de Kubota niet kan komen, wordt er gemaaid met de Flymo of Torro. Aan het begin van het seizoen (medio maart) komen de vrijwilligers bijeen om goede afspraken te maken over de maaifrequentie.
Bovenstaand maaien gebeurt dus alleen op wandel- en looppaden. Al het andere gras en andere grasachtige gewassen worden 2x per jaar gemaaid (zie verde bij 3).
Het BD gedeelte heeft zijn eigen beheersmethode.
(NB. Het maaisel is prima te gebruiken voor mulchen en composthopen).
De taken van de vrijwilliger(s) die de paden maai(t)en met de Kubota en andere maaimachines:
- De machines na gebruik schoonmaken en controleren.
- Zo nodig de vrijwilliger die het machineparkbeheer doet op de hoogte brengen van calamiteiten.
3. Grasmaaien buiten de Wandel en Looppaden
Dit gebeurt 2x per jaar. De eerste maal na de Ecologische dag in juni en de tweede maal voor de najaarsschouw (vanaf begin september). Het maaien gebeurt met de vingerbalk. Waar deze niet bij kan wordt de zeis of bossenmaaier gebruikt. Het gemaaide materiaal wordt afgevoerd. Zo treed er verschraling op en kunnen wij in de toekomst naar 1x maaien van deze stukken per jaar. Ook zullen er zo meer wilde planten soorten zich vestigen en zal het te verwijderen materiaal in de toekomst ook afnemen.
4. Slootbeheer.
Eenmaal per jaar moeten de sloten worden ontdaan van oever en waterplanten. Dit is verplicht via het schouwbesluit van het Hoogheemraadschap. Dit wordt ook gecontroleerd door het schap. Dit is altijd in oktober. (NB Vroeger moest dit 2x per jaar)
De werkzaamheden bestaan uit het maaien van de oevers (met een zeis) en het verwijderen van alles wat plant is uit de waterlopen. Soms kan men verplicht zijn te baggeren, maar dit is een gemeente taak.
Bovenstaande werkzaamheden gebeuren op de werkdagen. Het zwaardere werk wordt machinaal gedaan door een loonwerker.
Ten slotte
Wij vertrouwen erop dat met bovenstaande maatregelen het unieke karakter van De Rekere gewaarborgd blijft. Wij verzoeken u dan ook mee te werken aan dit plan. Daarbij is het vooral van belang dat gewenste aanpassingen bij het bestuur of groepshoofd aangekaart worden. Daarbij zal altijd geprobeerd worden om in goed overleg tot een oplossing te komen. Het valt echter niet uit te sluiten dat in sommige situaties het individuele belang van de tuinder moet wijken voor het algemene belang van het complex. Wij vragen hiervoor uw begrip.
|