Artikelen  

1. Vlinder Top Vijftig
2. De teloorgang van de poepkar
3. Egels

 

 

Vlinderplanten Top Vijftig

Foto's van martin Stevens, Wilde Weelde

Blauwe bloemen
Maarts viooltje (Viola odorata)
Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
Vergeet-mij-nietje (Myosotis spec.)
Slangenkruid (Echium vulgare)
Duifkruid (Scabiosa spec.)
Luzerne (Medicago sativa)
Vlinderstruik (Buddleja davidii 'Black Knight')

Gele bloemen

Sporkenhout/Vuilboom (Rhamnus frangula)
Muizenoor (Heacium pilosella)

Gewone paardenbloem (Taraxacum officinale)
Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)
Grote teunisbloem (Oenanthera erythrosepala)
Gewoon biggenkruid (Hypochaeris radicata)
Gewone zandkool (Diplotaxus tenuifolia)
Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea)
Leeuwentand (Leontodon spec.)
Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare)
Klimop (Hedera helix)

Lila bloemen
Peperboompje (Daphne mezereum)
Akkerdistel (Cirsium arvense)
Wilde tijm (Thymus serpyllum)
Beemdkroon (Knautia arvensis)
Verbena bonariensis (Verbena bonariensis)
Munt (Mentha spec.)
Zulte/Zeeaster (Aster tripolium)
Engels gras (Armeria spec.)
Braam (Rubus spec.)
Gewone dophei (Erica tetralix)
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Hemelsleutel (Sedum telephium)
Speerdistel (Cirsium vulgare)
Knoopkruid (Centaurea jacea)
Marjolein (Origanum 'Nymphenburg')
Muskuskaasjeskruid (Malva moschata)
Struikhei (Calluna spec.)
Koninginnenkruid (Eupatorium purpureum 'Atropurpureum')

   

Witte bloemen
Prunus (Prunus spec.)
Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)
Gewoon duizendblad (Achillea millefolium)
Margriet (Chrysanthemum maximum "Gruppenstolz")
Vlier (Sambucus spec.)

Engelwortel (Angelica spec.)
Witte klaver (Trifolium repens)
Wilde bertram (Achillea ptarmica)

 
 

 

De teloorgang van de poepkar

De 'boldootwagen' werd-ie in de volksmond genoemd: de stinkende poepkar die voor het verzamelen van fecaliën dagelijks langs de Amsterdamse huizen reed. De laatste keer op oudejaarsavond 1934.

Tot ongeveer de eeuwwisseling verwerkte de stadsreiniging de poep met ander afval tot compost, die gretig aftrek vond bij de boeren om het land mee te bemesten.
Deze kringloop werd rond 1900 doorbroken door de komst van goedkope kunstmeststoffen als thomasslakkenmeel (een bijproduct van de staalindustrie) en chilisalpeter (een stikstofverbinding).
Stadsmest legde het af tegen de kunstmest: het was duurder en minder goed voor de groei van de gewassen, en het op het land brengen van de veel grotere hoeveelheden stadsmest kostte veel werk.

De opmars van kunstmest zorgde niet alleen voor een ommekeer in de landbouw, maar was en passant ook de reden voor de oprichting van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Wat was het geval?
Amsterdam kon nu z'n poep en ander afval niet meer kwijt.
Dumpen dachten de bestuurders. Ze lieten het oog vallen op het Naardermeer. Natuurliefhebbers onder aanvoering van Jac. P. Thijsse kwamen daartegen in het geweer.
De Amsterdamse gemeenteraad verwierp op 14 december 1904 het voorstel van B en W.
Erg veel vertrouwen in het stadsbestuur hadden Thijsse en de zijnen niet.
Ze besloten een fonds in het leven te roepen om bedreigde natuurgebieden op te kunnen kopen.
Op 22 april 1905 was Natuurmonumenten een feit. Een jaar later werd het Naardermeer aangekocht.

Het stikstofrijke kunstmest bracht onderwijl een revolutie teweeg in de landbouw.
Van dezelfde oppervlakte grond konden boeren een grotere opbrengst binnenhalen.
Op de heidegronden hoefde geen vee meer te worden gehouden om van nature rijkere gronden van mest te voorzien.
Ook deed de natuurlijke voedselrijkdom van de grond er veel minder toe en kwam de grootscheepse ontginning van woeste gronden snel op gang.
Meteen vanaf het begin nam het gebruik van kunstmeststoffen in Nederland een hoge vlucht. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was het gebruik van stikstof toegenomen van 3 kilo per hectare tot 39 kilo.
Bouwland èn weiland werden bemest.
De landbouw op de voormalige woeste gronden ontwikkelde zich in die jaren tot een 'veredelingsbedrijf' waar men gewassen verbeterde en produceerde voor de wereldmarkt. Veevoer (mais) en kunstmest werden omgekeerd op de wereldmarkt ingekocht. Boeren gingen specialiseren.

Stikstofrijke kunstmest veroorzaakte deze eerste 'groene revolutie' in de Nederlandse landbouw.
Datzelfde spul is heden ten dage uiterst belangrijk voor de voedselvoorziening wereldwijd. Minstens twee miljard mensen zijn ervan afhankelijk, berekende de Tjechische landbouweconoom Vaclav Smil in 1997.
Met alle negatieve gevolgen van dien - grondwatervervuiling, atmosferische stoornissen - voor het milieu: Smil noemt de grootschalige verspreiding van kunstmatige stikstof even ernstig als de kooldioxidevervuiling.
En zo zijn we weer terug bij ons oorspronkelijke onderwerp: poep.
Menselijke poep gaat tegenwoordig door het riool, maar omwille van het milieu maakt dierlijke mest een langzame comeback.
De gedachte van een
natuurlijke kringloop wint terrein in de landbouw.

Arie Vestering

Bron: milieudefensie.nl
Milieudefensie telt af tot het jaar 2000 met tien opvallende milieugebeurtenissen in deze eeuw.

Egels

Er zijn maar weinig mensen die nog nooit een egel hebben gezien. Op mooie zomeravonden kan je met een beetje geluk een egel zien rondscharrelen. De egel verraadt zich vaak door geritsel en gesnuif. Een triestere ontmoeting is die met een doodgereden egel; het is één van de talrijkste verkeersslachtoffers onder de zoogdieren. Ook mensen die overdag buiten aan het werk zijn vinden soms egels. Vaak gaat het dan om dieren die op een goed verborgen plek de dag door brengen. Soms worden ook jonge dieren in een nest van blad of ander materiaal gevonden.

egel

Uiterlijk
De egel is onmiskenbaar door de stekels op de rug en de bovenzijde van de kop. Een volwassen egel heeft ongeveer 7000 - 8000 stekels van 2 cm lang. Waar stekels ontbreken is de huid bedekt met vrij stugge haren die op de buikzijde geelwit tot bruin zijn.

Afmetingen:
lengte kop-romp: 200 - 310 mm
lengte staart: 20 - 45 mm
gewicht: 300 - 1100 g

De grootte en het lichaamsgewicht zijn afhankelijk van leeftijd en geslacht; over het algemeen zijn volwassen mannetjes het grootst en het zwaarst. De haren rond de ogen zijn wat donkerder. Typisch voor de egel is de kringspier waarmee hij zich bij gevaar kan oprollen tot een bal en de stekels overeind kan zetten. Egels kunnen maximaal tien jaar oud worden, maar meestal worden ze niet ouder dan een jaar of vijf.

leefgebied en verspreiding
De egel komt bijna overal in West-Europa vrij algemeen voor. In onze streken leeft de egel in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn.

Leefwijze en voedsel
Egels zijn echte nachtdieren. Overdag slapen ze in een moeilijk te vinden nest van bladeren, mos of ander materiaal dat zich vaak onder (braam)struiken of takkenbossen bevindt. Een groot deel van het jaar (november/december tot april/mei) zijn ze in winterslaap, waaruit ze af en toe wakker kunnen worden. Tijdens de winterslaap daalt hun lichaamstemperatuur van circa 35° tot circa 5 °C en verliezen ze ongeveer 30% van hun gewicht. Dat wordt in het voorjaar echter weer ruimschoots ingehaald; dankzij hun goede reukvermogen en gehoor weten ze veel kevers, rupsen, regenwormen, oorwurmen en slakken op te sporen. Van een schoteltje melk raken ze aan de diarree (zie verderop)

Egels zijn altijd alleen op stap en vormen geen vaste paartjes. Ze hebben een min of meer vast 'leefgebied' (mannetjes 20-40 ha, vrouwtjes 10-20 ha), maar ze hebben geen 'territorium' dat ze verdedigen tegen soortgenoten.
Als ze tijdens hun nachtelijke tochten sterk ruikend aas of uitwerpselen tegenkomen, kunnen egels opgewonden raken en zich zelfs ermee insmeren. Wat hier de functie van is, is niet duidelijk.

De paartijd duurt vrij lang (mei tot september). Na een draagtijd van ca. 5 weken werpt het vrouwtje tussen juni en oktober gemiddeld ruim vier (twee tot acht) jongen. De jongen zijn dan nog onbehaard en blind. Na een paar uur verschijnen echter witte stekels. Binnen enkele weken worden deze vervangen door een tweede en derde generatie bruin-crème-kleurige stekels. Die stekels blijven ±18 maanden zitten voordat ze geleidelijk vervangen worden.

Sporen
Egels gebruiken 's nachts veelvuldig onverharde wegen en paden. Sporen zijn daardoor makkelijk te vinden in vochtig zand of opdrogende modder. De afdrukken zijn te herkennen aan de vrij lange tenen.

egel-sporen


De pootafdrukken zijn ongeveer 2,5 cm breed.
De afstand tussen twee afdrukken van één poot zijn 10 cm.

De gitzwarte uitwerpselen van de egel zijn gemakkelijk te vinden. Vaak glinsteren die door de niet verteerde delen van keverschilden.

egel-uitwerpsel


Bedreiging en bescherming
De egel is een wettelijk beschermde diersoort. Er vallen echter veel slachtoffers in het verkeer, door maaien of branden van vegetatie, doordat ze verstrikt raken in netten of rondslingerend afval, in onafgedekte putten vallen, verdrinken, vergiftigd raken, of doordat ze ondeskundig behandeld worden. Voor enkele van deze doodsoorzaken kan het aantal slachtoffers op relatief eenvoudige wijze worden beperkt. Zo hoort afval in de daarvoor bestemde containers. Ook zou men hopen tuin-, tak- of bladafval niet in brand moeten steken zonder deze eerst op het voorkomen van egels te hebben gecontroleerd.
Egels kunnen in principe goed zwemmen, maar in vijvers met steile of gladde randen kunnen ze gemakkelijk verdrinken. Een plankje, omspannen met gaas, dat vervolgens schuin in de vijver wordt gezet, biedt uitkomst.

De aanwezigheid van egels in uw tuin is gunstig omdat ze kevers, rupsen en slakken eten. Het gebruik van vergif moet dus zeker achterwege worden gelaten: deze stoffen hopen zich via het voedsel op in de egel, die er vervolgens dood aan kan gaan.
Egels zijn wilde dieren die zich hebben aangepast aan de menselijke leefomgeving. Ze zijn uitstekend in staat om voor zichzelf te zorgen. Vaak worden (jonge) egels onnodig of ondeskundig bijgevoerd of meegenomen. Bijvoeren is in principe niet nodig. Het goedbedoelde schoteltje (koe)melk kan zelfs voor spijsverteringsproblemen zorgen en wordt daarom afgeraden. Teken, vlooien en andere parasieten zijn wel vervelend, maar wilde egels hebben ze bijna allemaal. Alleen als zeker is dat een egel echt hulp nodig heeft of veel pijn heeft, is het verantwoord om het dier naar een egelopvangcentrum te brengen. Vaak is het verstandig om eerst telefonisch advies te vragen bij één van de
informatielijnen van egelopvangcentra.

Waarnemen en onderzoek
Na ongeveer vier weken verlaten de jongen 's nachts het nest en gaan ze met moeder mee. Op een leeftijd van ± zes weken worden ze zelfstandig. In onze streken is nog nooit aangetoond dat egels in het wild meer dan één nest per jaar grootbrengen.
U kunt vaker bezoek van egels verwachten als u uw tuin toegankelijk maakt (kleine doorgangen in afscheidingen). Er moeten dan echter ook geschikte dagrustplaatsen aanwezig zijn zoals bladhopen en takkenbossen, liefst onder wat bomen of struiken. Het zijn vaak meerdere dieren die van uw tuin gebruik maken. Als u een nest jongen vindt is het verstandig dit direct weer toe te dekken zonder het verder te verstoren. Doet u dit niet, dan zal de moeder de jongen verhuizen, verlaten of doden.


Klik op de foto voor een vergroting van het egelhuis.